26.691

Wet toetsing levensbeëindiging en hulp bij zelfdoding



Dit voorstel van wet stelt de arts die levensbeëindiging op verzoek toepast of hulp bij zelfdoding verleent, niet meer strafbaar. Hij dient zich te houden aan wettelijk vast te leggen zorgvuldigheidseisen.

Daartoe worden het Wetboek van Strafrecht en de Wet op de lijkbezorging gewijzigd.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Het voorstel is op 28 november 2000 aangenomen door de Tweede Kamer. CDA, SGP, RPF, GPV, SP en het lid Apostolou (PvdA) stemden tegen.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 10 april 2001 na hoofdelijke stemming met 46 stemmen voor (VVD, D66, PvdA en GroenLinks) en 28 stemmen tegen (CDA, SGP, ChristenUnie en SP) aangenomen.

De plenaire behandeling door de Eerste Kamer vond plaats op 9 en 10 april 2001. Tijdens deze behandeling is 1 motie ingediend.


Kerngegevens

ingediend

6 augustus 1999

titel

Toetsing van levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding en wijziging van het Wetboek van Strafrecht en van de Wet op de lijkbezorging (Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

  • Minister van Justitie

inwerkingtreding

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip


Documenten