Verslag van de vergadering van 12 mei 2026 (2025/2026 nr. 28)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 19.22 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Van Apeldoorn i (SP):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording.
Ik wil om te beginnen toch nog even terugkomen op een interruptiedebatje van daarnet, op de door mij gebruikte woorden, namelijk "onbeperkte bonus" en op de manier waarop de minister daarop aansloeg. Ik wil toch nog even benadrukken dat ik het hier gewoon over een feitelijkheid heb. Ik spreek graag over de feiten in deze Kamer. Feit is dat het met dit wetsvoorstel, als we dat aannemen in deze Kamer, mogelijk wordt om 97,5% van het personeel van financiële instellingen onbeperkt bonussen uit te keren. Dat kun je een goede of een slechte zaak vinden. Mijn fractie vindt dat een slechte zaak. Het geeft aan dat we de lessen van de financiële crisis onvoldoende geleerd hebben. Ik zeg niet dat het dan ook gaat gebeuren voor 97,5% van het personeel; het zal natuurlijk voor een beperkt aantal mensen gaan gelden. De bonussen zullen in de praktijk ook geen 1.000% zijn, maar het is wel mogelijk. Er wordt in die zin geen limiet op gesteld. Ik vind dat nogal ver gaan. Er dreigt daarom ook een glijdende schaal.
Dan zegt de minister: dat mag je niet zeggen, want het vestigingsklimaat. Daar teken ik dan bezwaar tegen aan. Nee, er is nu geen bonus- of graaicultuur in de financiële sector, maar in een groot deel van de financiële sector was die er wel, internationaal en ook in Nederland, voor 2008. Daarom zijn we met die strenge wetgeving gekomen. Dus ja, ik heb er toch moeite mee als je in ieder geval potentiële systemische risico's niet mag benoemen omdat we op basis van anekdotisch bewijs bang moeten zijn voor het vestigingsklimaat in Nederland. Dat was natuurlijk ook het argument vóór 2008. Voor 2008 hoorden we: die bonussen zijn nodig, want de markt, want het vestigingsklimaat; we moeten vooral de banken de ruimte en de vrijheid geven, internationale concurrentie, globalisering, daar wordt heel veel geld verdiend, daar moeten we aan meedoen met z'n allen en dus moeten we dereguleren — dat gebeurde namelijk in de financiële sector — in plaats van reguleren. Vervolgens zijn er enorme winsten gemaakt voor 2008 in de financiële sector. Er is een enorme bubbel gecreëerd, die vervolgens geknapt is. Na de enorme private winsten zijn de verliezen gesocialiseerd. Wij blijven die systemische risico's dus wel benoemen en zullen dat niet nalaten met het argument dat het slecht is voor het Nederlandse vestigingsklimaat.
Nog heel even over de toezichthouder en de rol die die speelt, namelijk De Nederlandsche Bank. Het ging er mij niet zozeer om dat ik verwacht dat DNB zal falen in de toezichthoudende rol. Mijn vraag was eigenlijk de volgende. In hoeverre is dit uitvoerbaar? Zullen er in de praktijk geen problemen ontstaan omdat het voor financiële instellingen toch lastig is of omdat er allerlei interne discussies ontstaan over wie nou wel en wie niet tot die identified staff behoort, en er toch fouten worden gemaakt of rare dingen gebeuren en dat we daar dan te laat achter komen? In hoeverre is in die zin dit deel van de wetgeving uitvoerbaar?
Voorzitter, tot slot. Wij spreken over het versoepelen van het bonusplafond, want daar gaat deze wetgeving nu dus ook over. Dat doen we een week nadat het CPB er nogmaals op heeft gewezen dat de data uitwijzen dat ons land steeds ongelijker wordt en dat de rijken steeds rijker en de armen steeds armer worden, terwijl die allerrijksten ook nog eens een keer veel minder belasting betalen. Nu dreigen we toch wel degelijk terug te gaan naar de bonuscultuur van voor 2008. Wat mijn fractie betreft zou daarmee het aannemen van het wetsvoorstel echt een verkeerd signaal of een stap in de verkeerde richting zijn. Dat is te betreuren, want ik wil nogmaals benadrukken dat mijn fractie het oorspronkelijke doel van de oorspronkelijke wet, namelijk het borgen van de beschikbaarheid van contant geld en het contante betalingsverkeer, van harte kon steunen. Met deze amendering zal ik toch genoodzaakt zijn mijn fractie te adviseren tegen dit wetsvoorstel te stemmen.
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u zeer, meneer Van Apeldoorn. De heer Van den Oetelaar ziet af van zijn tweede termijn. Dat betekent dat ik het woord geef aan mevrouw Vogels namens de VVD-fractie.