Verslag van de vergadering van 26 mei 2026 (2025/2026 nr. 30)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 14.52 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Van Kesteren i (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Onderwijs is lesgeven. Al het andere is daaraan ondergeschikt. Dit wetsvoorstel gaat echter niet over de concrete lesinhoud. De PVV-fractie maakt zich dan ook zorgen over de vraag of de voorgestelde wettelijke aanpassingen echt iets zullen veranderen in de dagelijkse praktijk van het onderwijs. Kerndoelen waarbij onder andere de nadruk wordt gelegd op de zogenaamde basisvaardigheden, zoals taal, lezen, schrijven, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap, zullen moeten worden vertaald naar concrete lessen, omdat de uitvoering van dit wetsvoorstel uiteindelijk op het bordje van de leraren terechtkomt. Tegelijkertijd heeft de leerkracht te maken met een hoge werkdruk en wordt deze geconfronteerd met de gevolgen van het lerarentekort. Leraren hebben hun handen vol aan de aanwezige niveauverschillen, taalachterstanden, allerlei gedragsproblemen en vele overige taken. De leraar komt daardoor te weinig toe aan effectieve lestijd. Leraren moeten niet alleen lessen voorbereiden en kennis en vaardigheden overdragen, maar zijn ook verantwoordelijk voor veel opvoedingstaken die eigenlijk bij de ouders horen. Leraren zijn tegenwoordig ook druk met sociale vaardigheden, schoolzwemmen, muziek, expressie en toneel. Daar komen oudergesprekken en heel veel vergaderen nog eens bij. De leraar draagt niet alleen kennis over, maar is ook behandelaar, entertainer, opvoeder, mediator, vertrouwenspersoon, administrateur en vergadertijger. Het lerarentekort zorgt bovendien voor grotere klassen en extra taken. Dit verhoogt de werkdruk nog verder. De werkdruk moet dus omlaag en het lerarentekort moet worden aangepakt. De klassen kunnen kleiner en de administratieve rompslomp kan veel minder: papier, papier, papier, papier.
Voorzitter. Leraren willen wel worden ondersteund, maar kunnen het beste zelf aangeven waarbij zij ondersteund willen worden. Schoolleiding, inspectie, begeleiders, adviseurs, consultants en ouders dienen de leraar voor de klas meer in zijn waarde te laten. De politiek moet zich dat terdege realiseren. Al het onderwijsbeleid zou gericht moeten zijn op de onderwijspraktijk.
Voor de PVV-fractie verdient het uit het hoofd leren van spellingsregels, tafels, breuken en procenten, het hoofdrekenen, een hoge prioriteit. Het reproduceren van dergelijke parate kennis, die je als kind en jongvolwassene op school wordt aangeleerd, zal veel volwassenen later goed van pas komen in het dagelijks leven. Jong geleerd is immers oud gedaan. Ook onderwijsmethodes zouden meer moeten worden gebaseerd op automatiseren, herhalen en oefenen. Meer aandacht voor hoofdrekenen en spelling dus. De vraag is dan ook of de staatssecretaris kan aangeven met welke maatregelen daaraan daadwerkelijk en concreet invulling zal worden gegeven.
Voorzitter. Ook de opleidingen zouden mee moeten bewegen in een adequate uitvoering van dit wetsvoorstel. Studenten moeten worden geschoold in algemene en parate kennis, maar zeker ook in didactische vaardigheden. Want als didactische vaardigheden al dan niet deels ontbreken, kun je die als leerkracht ook niet overbrengen. De kleuterleidstersopleiding en de pedagogische academie waren twee afzonderlijke specialistische opleidingen. De algemene kennis, de parate kennis en de didactische vaardigheden van de afgestudeerde leerkrachten met een KLOS- of PA-diploma waren dan ook aanzienlijk. Daarna kwam de pabo, de pedagogische academie voor het basisonderwijs, waarin de twee specialistische opleidingen werden geïntegreerd in één algemene lerarenopleiding voor het zogenaamde basisonderwijs aan vier- tot twaalfjarigen. Het is een opleiding van vier jaar die toegankelijk is met minimaal een mbo-diploma, voorzien van een traject voor zij-instromers van maximaal twee jaar, waarna les mag worden gegeven aan zowel kleuters in de onderbouw als kinderen in de midden- en bovenbouw en in het voortgezet onderwijs. Deze verandering, ingegeven door onder andere het lerarentekort, is onzes inziens geen goede maatregel geweest, die ontegenzeggelijk ten koste is gegaan van de specialistische didactische kennis over verschillende leeftijdsgroepen. Leraar worden vereist niet alleen algemene en parate basiskennis, maar bovenal de vaardigheid om deze kennis over te brengen op kinderen en jongvolwassenen.
Voorzitter. Het streven naar kansengelijkheid in het onderwijs betekent niet dat we de lat moeten verlagen. Eén op de drie kinderen verlaat het onderwijs als functioneel analfabeet en 40% van de leerlingen in het vmbo kan geen eenvoudige tekst op basisniveau produceren. Daarom zijn de middelen en randvoorwaarden om tot een adequate uitvoering van het wetsvoorstel te komen cruciaal, met name het realiseren van kleinere klassen, zorgen voor voldoende deskundig en gekwalificeerd personeel en goede digitale en didactische middelen. Kan de staatssecretaris aangeven of zij mogelijkheden ziet om scholen en/of schoolbesturen erop te wijzen dat in sollicitatieprocedures van kandidaat-leerkrachten niet alleen wordt gefocust op algemene en parate kennis of, zo u wilt, technische kennis, maar bovenal ook op didactische kwaliteiten om die kennis op verantwoorde wijze over te kunnen brengen op kinderen en jongvolwassenen?
Voorzitter. Geschiedenis moet wat de PVV betreft zo veel mogelijk gevrijwaard zijn van ideologische en activistische invloeden. Voor de PVV-fractie zijn westerse vrijheden, inclusief de bijbehorende normen en waarden en het in waarde kunnen laten van andersdenkenden, belangrijke burgerschapsvaardigheden. De vraag is of de staatssecretaris kan aangeven op welke wijze zij, uiteraard binnen haar mogelijkheden, ervoor kan zorgen dat de cognitieve vakken als taal, lezen, spelling, schrijven, rekenen, geschiedenis, maatschappijleer, biologie, aardrijkskunde en burgerschap grotendeels gevrijwaard kunnen blijven en worden van ideologische en activistische beïnvloeding.
Voorzitter. Dan de digitale geletterdheid. Digitaal geletterd zijn betekent dat je actief, verantwoordelijk, kritisch en zelfstandig gebruik kunt maken van digitale technologie. In de internetconsultatie en in het advies van de Stichting Leerplanontwikkeling werd ervoor gepleit om digitale geletterdheid te integreren in bestaande vakken, op voorwaarde dat in de kennisoverdracht rekening wordt gehouden met het gegeven dat een leerling een doorsneegebruiker, een gevorderde of zelfs een expert kan zijn. Digitale weerbaarheid zou eigenlijk ook onderdeel uit moeten maken van digitale geletterdheid, waarbij leerlingen alert worden gemaakt op onder andere de valkuilen van social media. Daarbij wil ik de staatssecretaris wijzen op onder andere het herkennen van phishing en grooming en/of het organiseren van werkbezoeken aan een risk factory. Een dergelijke lesinhoud voorziet namelijk in een meerwaarde voor onze kwetsbare opgroeiende jongeren. Kan de staatssecretaris aangeven of zij de integratie van digitale geletterdheid in bestaande vakken, het werken aan digitale weerbaarheid en het differentiëren in de klas mee zal nemen in de implementatie van het voorgenomen beleid ten aanzien van digitale geletterdheid?
Voorzitter. Voor de basisvaardigheid digitale geletterdheid is nieuwe lesstof nodig die leerlingen moeten verwerven. Daarvoor zijn voldoende daartoe gekwalificeerde leraren of, zo u wilt, experts nodig die deze specialistische lesstof over kunnen brengen en collega's eventueel kunnen bijscholen. Dit impliceert dat hier aanzienlijke investeringen uit kunnen voortvloeien. Er wordt gesproken over het feit dat aan dit wetsvoorstel als zodanig geen financiële gevolgen zijn verbonden. De vraag aan de staatssecretaris is dan ook of zij kan aangeven of dat een realistisch beeld is en of er toch eventueel financiële ruimte in de onderwijsbegroting is voor implementatie van dit wetsvoorstel.
Resumerend, voorzitter. Onderwijs is lesgeven. Onderwijsbeleid moet vertaald worden naar de dagelijkse onderwijspraktijk in de klas. Belangrijke voorwaarden om te komen tot een verantwoorde, effectieve en snelle uitvoering in de klas zijn achtereenvolgens een werkbare klasgrootte, voldoende gekwalificeerde leraren, vermindering van de werkdruk en het meenemen van de mening van de man en de vrouw voor de klas. De leraar weet welke prioriteiten moeten worden gesteld ten aanzien van lesmateriaal en welke ondersteuning nodig is om de nieuwe kerndoelen succesvol te implementeren zonder extra taakverzwaring. Kortom, een realistische benadering zonder al te veel ideologische en bureaucratische opsmuk. De leraar moet niet worden opgezadeld met nog meer administratieve rompslomp en een contraproductieve overlegstructuur. In Nederland hebben leraren te maken met een te hoge werkdruk, een te hoge administratieve druk, een lerarentekort, grote klassen en grote verschillen tussen leerlingen in niveau en gedrag. Als deze problemen worden opgelost, dan wel aanzienlijk kunnen worden verbeterd of aangepakt, zal het lerarenberoep, mede gezien het uitstekende salaris, veel aantrekkelijker worden.
Voorzitter, de PVV ziet graag dat dit wetsvoorstel gedragen wordt door het onderwijsveld en concreet uitvoerbaar zal worden in de klas. Belangrijk daarbij is dat dit ook in de opleiding voor leraren wordt meegenomen, dat leraren hierin worden bijgeschoold en dat het onderwijs daadwerkelijk wordt betrokken bij de uitvoering in de praktijk. Het streven naar draagvlak in het onderwijsveld is daarbij essentieel.
Om te kunnen bepalen of dit wetsvoorstel tot resultaat heeft geleid, is het van belang om op termijn de leerlingresultaten te evalueren, feedback van de leraren te krijgen en daar waar nodig bij te sturen. Belangrijk is dan ook het overleg met organisaties die zijn ontstaan vanuit de onderwijspraktijk en het onderwijsveld.
De laatste vraag die ik voor de staatssecretaris heb, is de volgende. Kan de staatssecretaris aangeven of zij bereid is om ook in overleg te gaan met kleinere organisaties, bijvoorbeeld Leraren In Actie, LIA, die de stem van de leraar op de werkvloer vertegenwoordigt, of de organisatie Beter Onderwijs Nederland, die alle onderwijsvernieuwingen op effectiviteit analyseert en beoordeelt?
Tot zover, voorzitter. Dank u wel voor het woord.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Rietkerk van de fractie van het CDA.