Plenair Schalk bij voortzetting behandeling Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026



Verslag van de vergadering van 16 juni 2026 (2025/2026 nr. 34)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 14.25 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Schalk i (SGP):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Vele eeuwen geleden was er een sociaal vangnet voor de allerarmsten, eigenlijk op een heel eenvoudige manier. Een boer mocht de hoeken van zijn land niet maaien. Alles wat op het land vergeten werd of wat een beetje afzijdig stond, moest hij laten staan. Dat kon verzameld worden door de armen. Het is een mooi Bijbels beeld. Daar zat ook nog een heel mooie sociale controle op, want de hele goegemeente kon zien of je je aan dat gebod hield en op welke wijze je aan die opdracht gestalte gaf: een beetje karig of ruimschoots. U ziet het voor u: een rijke boer die zijn knechten de opdracht gaf om een mooi stukje tarwe te laten staan of de nog rijkere boer die krap langs de hoeken van zijn land maaide en daarmee zogenaamd aan de opdracht had voldaan. Aan dat laatste moest ik denken bij de karige manier waarop we in Nederland omgaan met het zogenoemde ODA-budget, waarop ik mijn inbreng wil toespitsen.

Het hoofddoel van ODA is de verbetering van de economische ontwikkeling en welvaart van ontwikkelingslanden, vastgesteld met de ODA-landenlijst. De internationale afspraak om te streven naar een minimumpercentage van 0,7 van het bruto nationaal inkomen staat sinds 1970. Het gaat hier dus om een internationale afspraak. Het is op z'n minst een schande dat Nederland als een van de rijkere landen van de wereld deze afspraak niet nakomt, maar het is ook gewoon karig. Wat is dat toch hier in Nederland? We hebben vaak de mond vol over anderen, maar door onszelf wordt een internationale afspraak niet gehandhaafd.

Laten we eens kijken naar toen, naar vorig jaar, en naar het nu van vandaag. Toen werden er grote woorden gesproken, onder anderen door mevrouw Karimi van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Ik citeer: "Dit is een beschamende uitholling van rechtvaardigheid en solidariteit uit welbegrepen verlicht eigenbelang". Vandaag zou ze kunnen zeggen: dit is een beschamende uitholling van rechtvaardigheid en solidariteit uit welbegrepen verlicht partijbelang.

En nu? Nu ligt er een brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking met een nadere toelichting op de afspraken die het kabinet met GroenLinks-Partij van de Arbeid heeft gemaakt over de BHO-begroting voor 2026. Toen heeft de SGP een motie ondersteund van de ChristenUnie met als dictum: "verzoekt de regering de huidige systematiek, waarbij het ODA-budget gekoppeld is aan het bni, structureel te waarborgen."

En nu? Nu is de koppeling niet hersteld, maar is er een truc verzonnen om eenmalig het gat te dichten, een soort wanhoopspoging om de begroting door de beide Kamers te trekken. Toen heeft de fractie van de SGP, bij monde van mijn collega Marc de Vries, hier ook een stevig punt van gemaakt. We hebben de begroting destijds met hangen en wurgen gesteund, maar wel met de boodschap van mijn collega dat als de koppeling niet zou worden hersteld, we de komende begroting niet zouden kunnen steunen. En nu? Nu is die koppeling niet hersteld, maar wordt er een exercitie uitgevoerd die het voor de komende jaren nóg moeilijker maakt om de koppeling te herstellen.

Toen is de begroting uiteindelijk gesteund, overigens na hoofdelijke stemming, met 44 stemmen voor, van SGP, CDA, PVV, FVD, VVD, JA21, BBB en 50PLUS; je zou kunnen zeggen de rechterflank. Er waren destijds 31 stemmen tegen van de linkerflank, met OPNL, GroenLinks-Partij van de Arbeid, D66, Volt, SP, Partij voor de Dieren en ChristenUnie. Hoe dan ook, toen heeft de waarschuwing geklonken: koppeling terug, want anders hebben we volgend jaar een probleem. En nu? Welnu, die koppeling is niet terug. Ik ben dus benieuwd wat al die fracties nu gaan doen, zeker die vorig jaar zelfs al tegen hebben gestemd, met vaak grote woorden en diepe verwijten.

Mevrouw de voorzitter. Het lijkt erop dat GroenLinks-Partij van de Partij bereid is om een deal te sluiten met een eenmalige kasschuif. We hebben een compleet overzicht gezien van waar het geld vandaan wordt gepulkt. Het is allemaal toekomstig geld dat naar voren wordt gehaald om nu maar een begroting door beide Kamers te halen. Zo wordt er 178 miljoen uit Oekraïnesteun gehaald die in 2028/2029 zou worden verstrekt. Verder valt ook de Ukraine Partnership Facility van 17 miljoen op en het evangeliseren, nee, het "egaliseren", niet het "evangeliseren" — dat is weer heel wat anders — dus het egaliseren van de wisselkoersreserve van 33 miljoen binnen het ODA-budget. Dat wordt uit latere jaren gehaald. Er wordt dus 228 miljoen uit het toekomstige ODA-budget gehaald en dit jaar slechts 152 miljoen toegevoegd. Op die bezuiniging van 319 miljoen van vorig jaar is dit natuurlijk een schijntje.

Klopt het, vraag ik aan de minister, dat er ogenschijnlijk een deal van 380 miljoen ligt maar 228 miljoen hiervan een greep uit de toekomstige kas is? Het totale budget wordt vrijgemaakt uit verscheidene potjes door de kasschuiven. Maar, vraag ik aan de minister, dat is toch gewoon allemaal toekomstig geld? Hoe gaat de minister in de toekomst dat gesprek aan? Krijgt hij dan te horen: ja, je hebt het geld al in 2026 uitgegeven, dus dit jaar krijg je minder? Wat als dit kabinet, dat nog niet echt op stoom lijkt te komen, voortijdig aan zijn eind komt? Kortom, het geld van nu komt uit de potjes van morgen. Hiermee creëren we een schuifkabinet.

Als dit kabinet die boer was uit de oudheid, dan zei het kabinet vorig jaar tegen de armen: ik maai dit jaar zelf twee van de vier hoeken af. Dit jaar zegt het kabinet: ik maai weer zelf twee hoeken af, maar ik geef één hoek terug uit het graan dat ik volgend jaar wellicht zal gaan oogsten; dan heb ik dus drie hoeken te maaien. Dat snapt toch niemand meer?

Voorzitter. Een ander heikel punt is het UNRWA-geld. Hoe zit dat nu precies? Klopt het dat de minister in september bij de suppletoire begroting zal voorstellen om alsnog geld voor deze omstreden UNRWA te reserveren? Het lijkt mij uiterst onverstandig dat de minister met een dergelijk voorstel komt. Hij zit nu al in een penibele situatie met het ODA-budget en lag onder vuur vanwege dat UNRWA-budget. Zou het niet, zeg ik tegen de minister, verstandiger zijn om rust in deze portefeuille terug te brengen?

Mevrouw de voorzitter. Ik ben benieuwd naar de antwoorden van de minister. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Koffeman van de Partij voor de Dieren.