Kamervoorzitters bij Nationale Herdenking Oranjehotel



Eerste Kamervoorzitter Mei Li Vos en Tweede Kamervoorzitter Thom van Campen waren zaterdag 19 september aanwezig bij de Nationale Herdenking Oranjehotel. Van Campen was een van de sprekers tijdens de herdenking. Namens de Staten-Generaal legden Vos en Van Campen een krans.


'Beklemmend gevoel'

Thom van Campen sprak over het beklemmende gevoel dat de gangen en cellen van het Oranjehotel nog altijd oproepen. Volgens hem staat dat gevoel ook symbool voor de druk waaronder de Nederlandse samenleving tijdens de bezetting stond.

'Een repressieve bezettingsmacht hoeft immers niet altijd en overal achter elke voordeur aanwezig te zijn om het gedrag van mensen verregaand te beïnvloeden. Ook wanneer zij onder gelijkgestemden zijn. Alleen al de mogelijkheid dat iemand meekijkt, meeluistert of je verraadt, kan genoeg zijn om mensen bang te maken en hun gedrag te doen veranderen,' aldus Van Campen.

Behalve de Tweede Kamervoorzitter sprak ook Jaïr Stranders, artistiek directeur van Theater na de Dam. De muzikale omlijsting werd verzorgd door blazers van het Residentie Orkest. Ook was er een bijdrage van leerlingen van het Maris College uit Den Haag en de Haagse stadsdichter.


81e herdenking

'Oranjehotel' is de bijnaam die de Scheveningse gevangenis kreeg tijdens de Tweede Wereldoorlog. Sinds 2019 is het Oranjehotel een herinneringscentrum en museum. Sinds 1946 houdt het Oranjehotel elk najaar een herdenking. Daarmee behoort deze herdenking tot de oudste van Nederland.

Ontstaan als reünie van oud-gevangenen, werd de eerste herdenking gehouden op 5 oktober 1946. Cel 601 werd op die dag als monument ingewijd. In deze cel brachten ter dood veroordeelde gevangenen tijdens de Tweede Wereldoorlog hun laatste nacht door.

Het ging veelal om verzetsmensen, maar ook Joden, communisten, Jehova's getuigen en zwarthandelaren zaten hier vast. Vrijwel iedereen die in Doodencel 601 verbleef, werd kort daarna gefusilleerd op de nabijgelegen Waalsdorpervlakte. Tijdens de herdenking wordt ieder jaar een herdenkingsrede uitgesproken en worden kransen gelegd bij cel 601, gevolgd door een Stille Gang langs de cel door alle aanwezigen.